POEL VAN VERDERF

Ik wandel graag een rondje om de Poel van Amstelveen. Op een steenworpafstand van onze Music Meeting Lounge ligt een prachtig heimelijk stukje natuurgebied, ongemoeid, roerloos en in het voorjaar vol met broedende vogels en eendjes die elkaar kwetterend verleiden tot het stichten van een nieuw gezin. Her en der staan fijne bankjes, sommige verscholen in het riet. Tevreden zit ik daar, liefst met een zonnetje op mijn gezicht, net uit de wind, ogen dicht en luisterend naar vrolijk vogelgetjilp. Ultiem genieten. Heel af en toe passeert er iemand of springt er een leuke hond in de plas.

De Poel is omzoomd met moerassige zompige veengrond en als je op de smalle paadjes loopt dan voel je de grond licht veren. Het is er soms zo stil dat ik mijzelf weleens bezorgd afgevraagd heb hoe lang het zou duren voordat ik gevonden zou worden als ik bij een uitglijder onverhoopt in het moerasgedeelte gekukeld was (of ik überhaupt gevonden zou worden).

Das war einmal. Sinds Nederland massaal aan de wandel is, is de Poel ontdekt. En hoe! Het o zo rustige paradijs is door alle thuiswerkers in Amstelveen en omstreken in bezit genomen. In lange rijen marcheren ze rond de Poel, snacks in de ene hand, mobiele telefoon in de andere hand, luid pratend, een aantal draagt zelfs een rugzak. De vierdaagse is er niets bij. Tot overmaat van ramp heeft de gemeente een bord met fraaie wandelroutes geplaatst (zodat je niet verdwaalt?). Nou, dat was nergens voor nodig hoor. Follow the new leader(s)…

Nu pretparken en andere vermaak-walhalla’s op slot zijn, heb ik tot mijn grote schrik ook de opkomst van kinderfeestjes gesignaleerd. Een speurtocht, verstoppertje of ouderwets tikkertje wordt georganiseerd om de toch al zo geplaagde kinderen een onvergetelijke verjaardag te bezorgen. En als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het verjaardagspartijtjes. Het feestvarken zelf staat stijf van de stress, krijgt regelmatig een huilbui omdat er altijd (ja, echt altijd!) een pestkop tussen zit die het feestje probeert te verstieren en de overdosis suikers die uitgedeeld worden doen de groep ook geen goed. En geloof me, met komkommer en andere ‘snoep’groente hoef je niet aan te komen. Zelfs niet geinig verpakt. Als liefdevolle moeder heb ik mij lange tijd geschaamd voor deze antipathie maar nadat ik de biografie van Roald Dahl gelezen had (deze geweldige schrijver had niet alleen een bloedhekel aan kinderfeestjes maar sowieso aan andermans kinderen) is dat gevoel volledig verdwenen.

Mijn Poel is overbevolkt. Afgeladen met coronawandelaars in joggingpak, bezwete hardlopers, vogelspotters (waar zijn ze toch?), honden en hun uitlaters, coaches met hun cliënten (sterk in opkomst!), hangjongeren met gettoblasters die zich eindeloos vervelen en overal ligt rotzooi. De vogels zijn gevlogen. En dan moet de optocht naar het Kersenbloesempark nog beginnen. Er ontstaat een poel van verderf. Ik voel geregeld de behoefte opkomen om iedereen erin te duwen. Niet echt des hospitality natuurlijk, maar alleen al de visualisatie ervan lucht enorm op. Ik ben ook maar een mens en het incasseringsvermogen heeft zo z’n grenzen bereikt na een eindeloos durend jaar volgeplempt met coronaleed en een minimum aan sociale contacten.

Haaks op deze harde werkelijkheid staat onze promotie om toch vooral snel weer bij ons te komen vergaderen. Dé ideale locatie. Dichtbij het kabbelend water van de Poel en het aangrenzende Amsterdamse Bos. De 45-minuten wandelbreak die we hartstochtelijk aanprijzen maar die nu zeker een half uur langer duurt vanwege het file-wandelen. Ik weet er even geen oplossing voor. Dus wandel ik nu toch maar weer een rondje om mijn geliefde Poel in de hoop dat de rust, merels en andere mooie vogels zijn wedergekeerd. Immers, een nieuwe lente, een nieuw geluid. Hoor ik daar gefluit?

Deze column is geschreven voor Meeting Magazine.